Bookmark
  Links
  E-mail

  E-mail

 HISTORIE
 GLASSOORTEN
 GLASTECHNIEK
 GLASTERMEN
 GLASKUNST
 KNIKKERS
 KINDERARBEID
 GLAS & MILIEU

HISTORIE

|
Hoe wordt glas gemaakt? | Soda op het strand. | Kernglas. | Mozaïekglas. | Vormgeperst glas. |
|
Ontdekking van het glasblazen.| Vrijgeblazen glas. | Vormgeblazen glas. |


Hoe wordt glas gemaakt?


Glas bestaat uit verschillende bestanddelen. Het voornaamste onderdeel is zand. Aan het zand wordt kalk toegevoegd en soda, een soort zout. Het mengsel wordt verhit tot meer dan 1000 graden. De dikke brei die daardoor ontstaat is vloeibaar glas. Glas wordt pas hard bij het afkoelen.
.....


Soda op het strand rond 3000 voor Christus.

De uitvinding van glas is een toevallige ontdekking als zeelieden in de asresten van hun strandvuur kleine glasdeeltjes vinden. Rond 2500 voor Christus waren aan de monding van de rivier de Belus, aan de kust van het huidige Libanon, Fenicische kooplieden met hun schip geland. De kooplieden die in soda handelden, besloten te overnachten op het strand. Tijdens het bereiden van voedsel konden zij geen geschikte stenen vinden om hun ketels op te plaatsen. Zij gebruikten in plaats daarvan blokken soda uit hun schip. De heet geworden soda vermengde zich met het zand en ... de kooplieden zagen tot hun verbazing dat soda en zand doordat het zo heet werd, tot een glasachtige massa versmolt.

Volgens deze legende is zo het geheim van glas maken ontdekt.

Of het verhaal nu waar is of niet,
nog steeds bestaat glas uit
zand, kalk en soda
.

Glas werd in de Oudheid als ruwe brokken verhandeld. Vervolgens smolten glasblazers kleinere stukken glas in aardewerken kommetjes boven het vuur in een oven. Gedurende de hele Oudheid zal het oostelijk Middellandse-Zeegebied een belangrijk centrum blijven voor glasproductie. Het eerste glas werd gemaakt uit een mengsel van zand, kalk en alkali (bijvoorbeeld soda of potas). In wezen is dit basisrecept gebruikt van 3500 voor Christus, tot in de zeventiende eeuw lood werd toegevoegd aan glas.
.....


Kernglas; het vroege glas. (Tussen 1554 en 1075 voor Christus)

Vaatwerk van glas komt in het Nabije Oosten voor vanaf ongeveer 1500 jaar voor Christus, onder andere in Noord-Syrië en in Mesopotamië. In het begin van de vijftiende eeuw voor Christus wordt ook in Egypte voor het eerst glazen vaatwerk gemaakt. De eerste holle glasvormen die rond 1500 voor Christus in Egypte werden gemaakt zijn de zogenaamde zandkernflesjes.
Rond een metalen staafje werd stro of klei gemodelleerd en zo werd een "kern" gevormd. Het gekleurde vloeibare glas werd in draden uitgetrokken en zolang deze nog buigbaar waren, werden ze rond de kern gewikkeld. Daarna werd het "kernglas" glad gerold op een stenen plaat. Gladrollen en weer verhitten werd verschillende malen herhaald totdat de draden met elkaar waren versmolten. Daarna werden als versiering glasdraden van een andere kleur aangebracht.


Het maken van kernglas. Om een kern wordt glas gewikkeld en vervolgens glad gerold. Daaroverheen worden glasdraden in diverse kleuren gewikkeld die soms met een kammetje worden uitgetrokken tot een veervormig motief.

Met een haakje of kammetje werden de draden tot een veerachtig patroon omlaag en omhoog getrokken. Opnieuw werd het glas glad gerold. Wanneer het glas nog warm was werden apart handvatjes en eventueel een voetje aangebracht of uit het glas getrokken. Na afkoeling werd de kern weg gekrabd en bleef een holle vorm over. Deze flesjes werden veelal gebruikt als cosmeticaflesjes om er bijvoorbeeld oliën of zalf in te bewaren.

 

 

 

Kernglas met twee oortjes. Duidelijk zijn de geveerde versieringen te zien die met gekleurde glasdraden op de blauwe ondergrond zijn aangebracht. Ongeveer 4e eeuw voor Christus.

Tot grote bloei komt dit kernglas in de periode van de zesde tot de vierde eeuw voor Christus. Fenicische en Griekse handelaren zorgen voor een zeer wijde verspreiding van de flesjes met hun kostbare inhoud. Kernglas komt in deze periode voor in het hele Middellandse-Zeegebied en ver daarbuiten tot in Zuid-Rusland, de Balkan en Frankrijk. Vanuit het Nabije Oosten breidden de glasmakers hun werkterrein geleidelijk aan uit naar alle Middelandse-Zeegebieden, via de Egeïsche Zee naar Cyprus, Kreta, Griekenland en Italië.
.....


Mozaïekglas.

Vanaf de 15e eeuw voor Christus was ook het zogenaamde mozaïekglas populair. Staafjes glas werden onder verhitting in een patroon bij elkaar gevoegd. De ontstane bundel werd uitgerekt tot een draad. Van deze glasdraad werden dan kleine plakjes afgesneden. Deze plakjes konden naast elkaar worden gelegd en door verhitting aan elkaar worden gesmolten. Gebruikte men gekleurde staafjes dan zag de glasdraad er in doorsnede uit als een bloemetje. Vaatwerk dat op die manier ontstond werd "millefioriglas" genoemd. Italiaans voor "duizendbloemenglas".
.....


Vormgeperst glas.

Van 330 tot 30 voor Christus (de Hellenistische periode) speelden de glaswerkplaatsen in Alexandrië een belangrijke rol. Hier ontwikkelden zich ook andere productiemethoden voor glas. Nieuw was de techniek om glas vloeibaar te maken en vervolgens in een vorm te gieten of te persen. Daardoor konden grote kommen en schalen worden gemaakt. Voor de techniek van het vormgeperste glas wordt gebruik gemaakt van een mal en een contramal. De glaskunstenaar vult de ruimte tussen beide mallen op met verpulverd glas en verhit de gesloten mallen vervolgens in een oven. Hierdoor smelt het glas en vormt het één geheel. Door in de vorm plakjes glas in patronen te leggen en te verhitten werden mozaïekschalen gemaakt.
.....


Ontdekking van het glasblazen.

De uitvinding van het glasblazen, rond 50 jaar voor Christus, is de belangrijkste stap die we kennen in de ontwikkeling van glas. Waarschijnlijk in Syrië dus gelegen in het Romeinse rijk. Dankzij deze uitvinding werd een grote vormvariatie in glazen mogelijk. En al snel treffen we over het hele grote Romeinse rijk verspreid, glasblazers aan. Het idee om lucht in glas te blazen is een briljant idee geweest met grote gevolgen. Het begon met het oprollen van een plaatje glas als een pannenkoek. Vervolgens werd het uitgetrokken tot een buisje. De glasbuis werd aan de onderkant dichtgeknepen en van de andere kant opgeblazen zodat er een ballonnetje ontstond. De eerste glasblazers bliezen dus op glasbuizen. Deze methode van glasblazen is een voorstadium en al snel komen blaaspijpen in omloop.Er zijn voorbeelden bekend van blaaspijpen van klei maar het meest bekend zijn de metalen pijpen. Deze hebben meestal een diameter van 1,5 centimeter en een lengte die varieert van 1 tot 1,5 meter. Hiermee werd een "postje" of klompje vloeibaar glas uit de smeltpot gehaald. De glasblazer rolde het klompje glas uit op een stenen plaat om het voor te bewerken voor het blazen. Vervolgens blies hij een bel lucht in de klomp glas en door een combinatie van bewegen van de blaaspijp en blazen door de pijp ontstond een dunwandig glas.

.....


Vrijgeblazen glas in de 1e eeuw na Christus.

In de eerste eeuw na Christus werd al snel de voorkeur aan vrijgeblazen glas gegeven boven het vormgeperste glas. Vrijgeblazen glas was veel goedkoper en men kon er veel meer verschillende vormen mee maken. Naast eenvoudige vormen werden ook kunstzinnige voorwerpen geblazen.

Behalve de eenvoudige parfumflesjes werden ook zeer kunstzinnige exemplaren gemaakt. Sommige parfumflesjes zijn versierd met uitstekende ribben die de glasblazer met een soort pincet uit de glaswand heeft getrokken toen die nog heet was.

 

Vrijgeblazen parfumflesje, hoog 5,9 cm.


Vrijgeblazen glas wordt als volgt gemaakt.

De glasblazer haalt een klompje gesmolten glas uit een smeltroes die in de oven staat met behulp van een holle ijzeren pijp, de blaaspijp. Hij blaast de klomp enigszins op, brengt hem in vorm door rondzwaaien en rondt hem af met een goed natgehouden houten lepel. De klomp wordt dan verder uitgeblazen en opnieuw bewerkt totdat de gewenste vorm is bereikt. Zo nodig kan het stuk steeds opnieuw verhit en gevormd worden. Als het stuk eenmaal de gewenste vorm heeft, wordt een ijzeren staaf, de pontil genaamd, aan de bodem van het stuk vastgezet. Dit gebeurt met een klompje gesmolten glas. De glasblazer tikt het stuk vervolgens van de blaaspijp. Het stuk zit nu vast aan de pontil en de glasblazer kan zo de rand bijwerken en bijvoorbeeld oren bevestigen. Tenslotte haalt hij het stuk van de pontil af en zet het in een oven waarin het vuur net gedoofd is zodat het zeer geleidelijk kan afkoelen. Vaak zijn op de bodem van antiek glas nog resten zichtbaar van het glasklompje waarmee het aan de pontil heeft vastgezeten. Dit litteken aan de onderkant noemen we "pontilmerk".

De nieuwe techniek verspreidde zich razendsnel in het Romeinse Rijk dat zich steeds meer uitbreidde. Belangrijkste centra bleven Egypte en Syrië maar natuurlijk waren in vele provincies van het Romeinse rijk glashutten waar glas werd geblazen, tot aan Keulen toe.
.....


Vormgeblazen glas.

Een halve eeuw na de uitvinding van de glaspijp werd de mogelijkheid ontdekt om glas in een vorm te blazen. Dit type glas onderscheidt zich door de opmerkelijke versieringen in reliëf. Ook konden de glazen nu volledig gelijk aan elkaar zijn waardoor het werken in serie en massaproductie mogelijk werd.

Vormgeblazen glas wordt als volgt gemaakt:
De glasblazer haalde met zijn blaaspijp een beetje glas uit de oven. Het glas aan de blaaspijp werd even opgeblazen en vervolgens werd het klompje glas in de vorm verder uitgeblazen. Net zo lang totdat het glas zich regelmatig had verspreid over het reliëf van de vorm. Hierna werd de vorm opengeklapt of verwijderd en kon het glas dat nog steeds aan de blaaspijp zat, worden weggehaald. Als laatste werd het glas
afgewerkt zoals bij het vrijgeblazen glas. De mallen werden van hout gemaakt en waarschijnlijk ook van klei, steen of zelfs metaal of gips. Het hete glas had een verwoestende werking op het reliëf van de vorm. Altijd moesten de mallen nat gehouden worden om het verbranden tegen te gaan. Niet alleen parfumflesjes maar ook serviesgoed, vooral drinkbekers werden vormgeblazen.

Vormgeblazen flesjes, tweede eeuw na Christus
Hooge 16,5 en 17,2 centimeter.

In de Romeinse tijd werd veel glas verhandeld en het glas dat in Italië was vervaardigd werd soms geëxporteerd.

4e en 5e eeuw na Christus. Verval van het Romeinse Keizerrijk.

De kunst van het glas maken verbreidt zich vanuit het Nabije Oosten, via het Rijn- en Rhonedal naar Noord-Frankrijk en tenslotte naar Engeland. (Archeologische vondsten hebben dit uitgewezen.)
Hier in het koudere klimaat was behoefte aan vensterglas om huizen behaaglijker te maken. Het vensterglas is eeuwenlang door de glasblazer gemaakt. Hij pakte met zijn blaaspijp een hoeveelheid gesmolten glas uit de smeltkroes. Door blazen, slingeren en draaien met de pijp maakte hij een cilinder van glas. Van deze cilinder werden de dichte uiteinden afgesneden zodat er een echte cilinder ontstond. Deze werd in de lengterichting opengesneden en opnieuw verhit in de oven.